Wat is een goede foto? En vooral: hoe maak je hem? De korte stoomcursus ‘Algemene fotografie’ zit boordevol tips, trucs en weetjes om de beelden van elke beginnende fotograaf naar een hoger niveau te tillen. In 8 lessen leer je de verschillende functies van een digitale spiegelreflex, het geheim achter een goed opgebouwde foto en handige manieren om je digitale beelden te bewerken met de computer. Een must voor iedereen die in zijn baan of vrije tijd al eens naar een fototoestel grijpt.
Hieronder vind je alvast 5 handige tips:
1. Gebruik een statief
Als er één tip is die er met kop en schouders boven uit steekt, is het deze wel: gebruik een statief. Een statief doet niets anders dan de camera in balans en doodstil houden.
2. Blijf van die knop
Telkens je op de ontspanknop van je camera duwt beweegt de camera een klein beetje. Net genoeg om geen haarscherpe foto te maken.
3. Zo laag mogelijke ISO waarde
Voor de scherpste foto’s gebruik je de laagste ISO instelling die je camera toelaat. Omdat je toch met statief werkt maakt het niet echt uit dat je met een langere sluitertijd fotografeert aangezien je camera onbeweeglijk vast staat.
4. Scherptediepte
Het diafragma (of de lensopening) bepaalt naast de hoeveelheid binnengelaten licht ook de scherptediepte. Wanneer je een foto wil maken waarbij slechts een beperkt deel scherp moet zijn, kies je voor een diafragma met een kleine scherptediepte (dus een grote opening). Wil je in het beeld zoveel mogelijk scherp krijgen, zowel in de voorgrond als in de achtergrond, dan kies je voor een kleiner diafragma. De scherptediepte wordt daardoor groter.
5. De belichting
Direct flitslicht geeft een hard karakter aan het portret. Maak daarom zo veel mogelijk gebruik van het aanwezige natuurlijk licht. Sterk zonlicht heeft hetzelfde effect als een flits: probeer het zoveel mogelijk uit de weg te gaan of diffuus te maken.